ons dorp - focus


Welkom in Zelem!

           
banner
Zelem - Geografisch
Zelem - Historisch
Zelem - Bezienswaardigheden
Home
wapenschild zelem
Zelem - De bezittingen van het Sint-Jansbergklooster

Hoewel de Zelemse kartuizers volgens de Luikse bisschop Jan van Beieren rond de eeuwwisseling
(14e - 15e eeuw) nog steeds in "kenliken armoede" leefden, maakte het klooster onder het prioraat van Henricus van Coesfeld (1394 - 1401), Evrardus van Heussen (1401 - 1407) en Gozewijn Comhaer (1408 - 1415) een enorme economische en culturele hausse mee. Onder meer dankzij de hulp van het kapittel van Luik en Jan van Beieren, kwamen de kartuizers - grotendeels door aankoop uit eigen middelen - in het bezit van de heerlijkheid Zelk in Brabant en de heerlijkheid Herkingen in Zeeland. Deze laatstgenoemde gronden verwierven ze samen met de regulieren van het Windesheimer klooster Rugge bij Brielle. Ze zouden nog eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten vormen.

Het dorpje Zelk

In Zelk vormden de watermolen, het Sabelshof en hoeve Vogelsanck de kroonjuwelen van de bezittingen van de Zelemse kartuizers. De rijke gronden leverden een hoge opbrengst. Het huidige 18e-eeuwse kerkje werd gefinancierd door het kartuizerklooster. Het was eeuwenlang een bedevaartsoord met een put, gewijd aan de heilige Gertrudis. Zieken die leden aan het "halve wiel van Catharina" (zona) probeerden er verlichting te vinden.

De molen wordt vermeld in de 15e eeuw maar is allicht ouder. Inwoners van Zelk waren verplicht hun granen in deze molen te laten malen, wat telkens opnieuw conflicten gaf met de stad Halen, die ook drie molens telde. Je merkt links en rechts van het Middeleeuwse pad bakstenen zuilen, veel te zwaar om de hekkens te dragen die de toegang tot de "vetweides" afsluiten, maar wel een duidelijk teken van de welstand van de pachter...

De Zelkermolen
De kerk van Zelk

De Zelkermolen is een watermolen op de Velpe in Zelk, een gehucht van Halen. De oudste vermelding van de watermolen klimt op tot 1322. In de loop der eeuwen werd de molen verschillende keren verbouwd. Het huidige gebouw werd pas in 1904 opgetrokken, nadat de voorganger in 1902 vernield werd. De molen is niet meer in werking. In 2008 werd een visdoorgang geplaatst. De molen is niet beschermd.

De parochiekerk van Zelk is toegewijd aan Sint-Pancratius. De classicistische zaalkerk, die afhankelijk was van de kartuizerij van Zelem, dateert uit 1767. Het bakstenen kerkgebouw heeft een ingebouwde westertoren en eenbeukig schip. In 1938 - 1939 werden twee zijkapellen toegevoegd. De kerk is niet beschermd.

Hoeve Oude Pastorij

Zelk in een ver verleden, met zicht op de kerk, de watermolen en het riviertje de Velpe.

Pachthoeves

Hoeve Oude Pastorij en de Hoeve Eksterhoek, waren twee van de vier Zelemse pachthoeves van de kartuizers.

Hoeve Eksterhoek

De Hoeve Eksterhoek (zie ook eigen rubriek voor meer uitleg).

Dirksland (Zeeland) - Heerlijkheid Herkingen

1413

13 oktober, De heren van Renesse hebben al lang rechten in Dirksland die jaarlijks meer dan 100 pond zwarten tourmois opbrengen. Later blijkt het gebied in onbedijkte toestand uit zes delen te hebben bestaan en dat één zesde deel van de heren van Renesse is. Van dit zesde deel verkoopt Jan van Renesse c.s. op deze dag de helft aan de Regulieren van Rugge "ende horen mededeylers".

De mededelers blijken op 24 december 1415, als de bedijking van Dirksland geregeld wordt, de Kartuizers van Zelem (bij Diest, zo'n 50 km ten oosten van Brussel) te zijn voor een derde deel.

1414

Nadat op het uitgemoerde gors Dirksland weer genoeg slik was aangeslibd en de plaat bij normale vloed niet meer onderliep, werd het als grasland (gorzen) in gebruik genomen. In dit jaar is reeds een vicarij aanwezig die door een onderpastoor wordt bediend.

1415

8 november, Jan van Beieren staat als heer van Voorne ten behoeve van de voorgenomen bedijking, een zesde deel van Dirksland, het "uitgors" dat geheten was "Harckinghe", aften gebruike en met bevoegdheid tot bedijking, aan Jan van Renesse van Rijnouwen, het Kartuizerklooster te Zelem buiten Diest, en het Regulierenklooster te Rugge buiten Den Briel.

Het goed werd omschreven als te zijn begrensd aan de zuidzijde door de "Greveninge", aan de westzijde de "corte Greveninge" en aan de oost- en noordzijden door "'t Breed".

Hieruit blijkt dat de oorsprong van het latere Herkingen een uitgors of plaats is, die aanvankelijk tot Dirksland behoorde.

1419

12 mei, De heren van Renesse worden door de Regulieren van Rugge en de Kartuizers van Zelem voor een deel uitgekocht in hun eigendomsrechten op het gors Herkingen.

1420

De eerste bedijking van Herkingen wordt vermoedelijk in dit jaar voltooid. Het is niet bekend of deze mededeling juist is. De eventuele ligging en uitgestrektheid van die bedijking zijn niet meer vast te stellen.

Deaangewonnen polder moet dan echter in ieder geval niet lang daarna wegens zijn zeer blootgelegde ligging weer zijn ingebroken, wellicht bij de Sint-Elisabethsvloed van 1421, waarna het land weer gors werd. Dit gors werd eigendom van de Kartuizers van Zelem en van de Regulieren van Rugge, die het aan schaapherders verhuurden.

Er is geen enkel bewijs voor de opvatting dat Herkingen al in 1420 bedijkt zou zijn en kort daarna weer ingelopen, door alle latere schrijvers overgenomen van de 17e eeuwse schrijver H. van Dam. Mogelijk is deze opvatting ontstaan door een verkeerde vertaling van oude Latijnse teksten.

Kaart van Zeeland uit 1300

1428

24 december, De heren van Renesse worden door de Regulieren van Rugge en de Kartuizers van Zelem geheel uitgekocht in hun eigendomsrechten op het gors Herkingen.

1443

18 december, De Regulieren van Rugge verwerven ook de aandelen van drie gebroeders van Renesse. Het gehele gebied behoren tot de latere heerlijkheid Herkingen is nu van de beide reeds eerder genoemde kloosters.

1444

11 september, De Regulieren van Rugge en de Kartuizers van Zelem spreken af dat ze bij het verhuren van gors of het verkopen van moerneringen altijd gezamenlijk zullen optreden.

De Kartuizers hebben, omdat zij voor een achtste hebben deelgenomen in de bedijking van Dirksland, een eigen rentmeester op het eiland, die later ook in Herkingen functioneert.

1462

Er wordt een poging gedaan de polder Herkingen te bedijken maar deze verdwijnt hetzelfde jaar nog onder water.

1463

31 juli, in een uitspraak van Frank van Borselen wordt melding gemaakt van een gors genaamd "Clinckerlandt".

Reeds in het begin van de 15e eeuw lag ten noordoosten van de tegenwoordige polder Oud-Herkingen tussen een aantal reeds bedijkte landen een oostwaarts diep inspringende aanzienlijke uitgestrektheid nog onbedijkte gorzen, die grotendeels eigendom waren van het Regulieren-klooster te Rugge en van het Kartuizers-klooster te Zelem. Deze gorzen lagen deels, tegen Duivenwaard en het Noordland aan, onder "Grijsoord" (Oude-Tonge), waar zij vermoedelijk bekend stonden als "Breemscat", welke laatste reeds in een akte van waarschijnlijk 31 oktober 1413 voorkomt.

De andere delen van het gors, ten zuiden van "Wellestrijpe" of de Oude Plaat zuidwaarts tot de "Oude Dee" of het "Paardengat" behoorden tot Melissant en voor het overige behoorde het onder Herkingen.

20 oktober, door middel van getuigenverhoren en een arbitrale uitspraak wordt duidelijker vastgesteld waar de rechten van de Regulieren en de Kartuizers bij Herkingen hun grenzen vonden.

Het Zeelandse eiland Goeree-Overflakkee in 1483

1485

2 oktober, de kloosters van Rugge en Zelem verdelen het hun ingevolge het bedijkingscontract toegevallen vroonland te Herkingen.

Verder verpachten de kloosters in Herkingen hun land, het veerrecht (van Herkingen op Brouwershaven), het windrecht, de tienden en het schoutambt. De uitoefening van de jurisdictie blijft gehandhaafd.

1502

Nadat hij in 1494 voor het Hof van Holland een proces tegen de kloosters van Rugge en Zelem verloren had, zoekt Adriaen Cornelisz. van Cleyburch, baljuw van Voorne, het tevergeefs hogerop. Voor de Grote Raad van Mechelen eindigt het geschil met een in loco opgestelde door de Raad bekrachtigde arbitrale uitspraak, waaraan selfs de beroemde Philips Wielant deelneemt. Sindsdien bestaat Klinkerland uit Grijsoordse grond en Herkingse grond.

1573

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog volgt de confiscatie van de kloostergoederen, daarop volgend de beslaglegging sinds 1579 op alles wat toebehoorde aan in de zuidelijke Nederlanden verblijvenden. Dit betekende dat de Kartuizers van Zelem voorlopig geen inkomsten meer uit Herkingen trokken, dat alles geïnd werd door de vanwege de Staten en later vanwege het stadsbestuur van Brielle fungerende rentmeester van de kloostergoederen van Rugge.

1577

21 juni, tengevolge van een stormvloed verdwijnen Dirksland, Oud-Herkingen en vele andere polders op Overflakkee onder water. De dijken van Dirksland konden snel hersteld worden maar een herdijking van Oud-Herkingen bleef nog enige tijd achterwege en de landen vervielen wederom aan de Grafelijkheid.

De overstroming van Oud-Herkingen was mede een gevolg van een zware militaire bezetting met aanleg van schansen en verdedigingswerken.

1609

Tijdens het Twaalfjarig Bestand van 9 april 1609 tot 9 april 1621 kreeg Zelem zijn rechten op Herkingen terug waarvan het klooster, als zovelen uit het zuiden, gebruik maakte om zijn land van de hand te doen.

Bron: http://www.geschiedenisvandirksland.com/

Oude foto van het dorp Zelk

De Hoeve Oude Pastorij (voor meer uitleg, zie eigen rubriek over deze hoeve).

Het Zeelandse eiland Goeree-Overflakkee in 1415