Vlag India - Thumbnail
Geschiedenis
Bedreigd Werelderfgoed
Cultureel Werelderfgoed
Gemengd Werelderfgoed
Home
wereld - selected
          
banner
Slavenopstand. Op de afbeelding een weergave van de opstand van de Zanj slaven.
vlag irak

Officiële landstaal: Arabisch, Koerdisch
Hoofdstad: Bagdad
Regeringsvorm: Federale republiek
Staatshoofd: President Fuad Masum
Regeringsleider: Premier Haider al-Abadi
Religie: Islam (96%),
Christendom (4%)
Oppervlakte: 435.052 km²
Inwoners: 38.146.025 (2016)
Inwoners / km²: 87,7 / km² (2016)
Munteenheid: Iraakse dinar
Volkslied: Mawtini

868: Slavenopstand - De Afrikaanse Zanj komen in opstand tegen de Abbasiden.


Slavenopstand


De slavenopstand van 868 dreigde al jaren. De handel in slaven tussen Oost-Afrika en Arabië bestond al voor de komst van de islam, maar was met de uitbreiding van het islamitische kalifaat sterk toegenomen. Veel slaven werkten in huishoudens, maar duizenden Afrikanen, Zanj genoemd naar de Arabische naam voor Oost-Afrika, werden naar de zoutmoerassen van Sjatt al-Arab rond Basra in Zuid-Irak gestuurd om deze droog te leggen. Anderen vochten in de Abbasidische legers.

"[De Zanj] zijn altijd vrolijk en hebben geen kwaad in de zin."
Abu Uthman al-Jahiz, Verhandelingen, ca. 860

De opstand begon onder leiding van Ali bin Mohammed, die een afstammeling zou zijn van Ali de vierde kalief, en zelf dus geen Afrikaan was. Hij begon met enkele ongewapende mannen, maar de onrust greep snel om zich heen toen een deel van de Afrikanen die dienst deden in het leger deserteerde. Het rebellenleger kende het ontoegankelijke terrein in Zuid-Irak en ontwikkelde zich snel tot een bekwame en goed uitgeruste militaire eenheid die erin slaagde een deel van de Abbasidische vloot te veroveren. Ali bouwde een goed verdedigde hoofdstad, Mokhtara, ten oosten van Bagdad. Hij presenteerde zich als een religieus en militair leider die een zuivere vorm van de islam bood.

De Zanj werden in 883 verslagen, maar alleen toen aan overlopers amnestie was beloofd. De zegevierende Abbasidische generaal Muwaffaq weigerde de Zanj terug te geven aan hun voormalige bezitters en lijfde hen in zijn eigen troepen in.