Thumbnail vlag Tunesië
Geschiedenis
Cultureel Werelderfgoed
Natuurlijk Werelderfgoed
Home
wereld - selected
          
banner
Carthago verwoest. Op de afbeelding een voorstelling van de val van Carthago.
vlag tunesië

Officiële landstaal: Arabisch
Hoofdstad: Tunis
Regeringsvorm: presidentiële republiek
Staatshoofd: President Beji Caid Essebsi
Regeringsleider: Premier Youssef Chahed
Religie: islam (99% staatsgodsdienst), christendom (< 1%), jodendom (< 1%)
Oppervlakte: 163.610 km²
Inwoners: 11.134.588 (2016)
Inwoners / km²: 68,1 / km² (2016)
Munteenheid: Tunesische dinar
Nationale Feestdag: 20 maart
Volkslied: Hurriya, Karama, 'Adala, Nidham (Vrijheid, Waardigheid, Gerechtigheid, Orde)

146 v.Chr.: Carthago verwoest - Rome roeit een rivaliserende beschaving uit.


Tunesië - Carthago verwoest


Meer dan tweeduizend jaar voor de atoombom demonstreerden de Romeinen al hoe ze een totale stad konden vernietigen door militaire actie. Hun legioenen maakten de stad Carthago in het huidige Tunesië met de grond gelijk en alle inwoners werden gedood of tot slaaf gemaakt. Geen enkel gebouw bleef overeind.

Carthago was ooit Romes grootste rivaal in het westelijk Middellandse Zeegebied en had na de nederlaag bij Zama in 202 v.Chr. vernederende vredesvoorwaarden moeten accepteren. Hun militaire macht was de Carthagers ontnomen, maar veel Romeinen bleven hun oude vijanden wantrouwen, onder wie de redenaar Cato de Oudere, die vaak "Carthago moet worden verwoest!" riep.

Onder het voorwendsel dat de Carthagers het vredesverdrag hadden verbroken, stuurden de Romeinen in 149 v.Chr. een expeditieleger om de stad te belegeren. Carthago was goed versterkt en aanvankelijk verliep de Romeinse aaval slecht. In 147 v.Chr. ging het commando naar Scipio Aemilianus, de kleinzoon van Scipio Africanus, de overwinnaar bij Zama. Scipio versterkte de blokkade rond de stad, die al met uithongering werd bedreigd.

In het voorjaar van 146 v.Chr. drongen de Romeinen door in de stad. De Carthagers verdedigden zich wanhopig, maar de nederlaag was onvermijdelijk. Zo'n 50.000 overlevenden werden in gevangenschap weggevoerd. Een harde kern van verdedigers zocht de dood in een brandende tempel. Na enkele dagen van plundering werd de stad systematisch door brand verwoest. Naar verluidt huilde Scipio, omdat hij voorzag dat Rome ooit hetzelfde lot zou ondergaan.