Ons Land België
België - Het Romeinse RijkHet keizerrijk onder Trajanus (98 tot 117 n.C.)
Marcus Ulpius Trajanus (18 september 53 - 8 augustus 117) was keizer van Rome (98 - 117). Er wordt vaak gezegd dat onder hem het rijk zijn grootste omvang bereikte. Hij was de tweede van de adoptiefkeizers en wordt wel beschouwd als een van de beste keizers die Rome gehad heeft.
Trajanus was de zoon van M. Ulpius Trajanus (Trajanus Pater), een vooraanstaand senator en generaal uit een beroemd Etruskisch geslacht, de Ulpii. De familie had zich enige tijd na de Tweede Punische Oorlog gevestigd in de provincie Baetica in Spanje en Trajanus was slechts één van de vele bekende Ulpii, een geslacht dat nog lang na zijn dood zou voortduren.
Hij werd in de stad Itàlica in Baetica geboren. Voor hij op zijn 45e jaar keizer werd, had hij al een lange militaire loopbaan achter de rug, waarin hij vooral in de moeilijkste gebieden, zoals de grens van de Rijn en de Donau, zijn sporen verdiend had. Hij nam deel aan de veldtochten van Domitianus tegen de Germanen. Toen deze keizer in 96 vermoord werd, was Trajanus een van diens belangrijkste legeraanvoerders. Dat maakte hem voor diens opvolger Nerva een aantrekkelijke beschermeling. Nerva was niet al te geliefd bij het leger, maar toen hij in de zomer van 97 Trajanus adopteerde en daarmee tot kroonprins maakte, verbeterden de betrekkingen met de legioenen aanzienlijk.
Na Nerva's overlijden op 25 januari 98 kon Trajanus hem dan ook in alle rust opvolgen. De man die hem het overlijdensbericht bracht was Hadrianus en daarmee ontstond een vertrouwensrelatie die tot Trajanus' dood standhield.
De nieuwe keizer kreeg een warm onthaal bij het volk en maakte zich nog geliefder door een aantal gevangenen, die sinds Domitianus vastzaten, vrij te laten en een groot aantal bezittingen, die door Domitianus in beslag genomen waren, terug te geven. De senaat gaf hem zelfs de titel optimus, de beste.
Trajanus is het bekendst als veldheer. In 101 hield hij een strafexpeditie tegen het koninkrijk Dacië, dat onder Domitianus de Romeinen een aantal vernederende nederlagen had toegebracht. Trajanus leidde zijn troepen de Donau over en dwong na een jaar koning Decebalus zich te onderwerpen. Trajanus nam de hoofdstad Sarmizegetusa in. Zijn terugkeer naar Rome was een zegetocht. Hem werd de titel Dacicus Maximus verleend.
Decebalus zon op wraak en trachtte de andere naties ten noorden van de Donau tegen de Romeinen op te zetten. Trajanus keerde terug naar het gebied, liet een grote brug bouwen over de Donau en veroverde geheel Dacië (106). Hij lijfde het goudrijke gebied in als provincie en Dacië veranderde in Romes belangrijkste wingewest. De enorme goudvoorraad van 500.000 goudstaven van koning Decebalus werd in de Romeinse economie gepompt door giften aan het volk, door militaire schenkingen, aan de onzinnige overdaad van de spelen besteed en als basisfonds aangewend om Trajanus' grote Aziatische militaire avonturen te bekostigen. De hoofdstad Sarmizegetusa werd verwoest en Decebalus pleegde zelfmoord, zijn hoofd werd naar Rome gestuurd. Op de puinhopen van de oude hoofdstad werd een nieuwe stad gebouwd. Colonia Ulpia Traiana. De Daciërs werden goeddeels uitgeroeid - een van de weinige gebieden waar de Romeinen dit deden - en het gebied werd met Romeinse kolonisten herbevolkt. Rome wist nauwelijks de stabiliteit te handhaven omdat door het ontstane vacuüm de naburige Sarmaten het door oorlog verwoeste land in bendes teisterden.
Rond dezelfde tijd kwam er ook een einde aan het onafhankelijke koninkrijk van Nabatea. Bij testament was bepaald, dat bij de dood van de laatste koning het gebied bij het Romeinse Rijk zou komen. Zo ontstond Arabia Petrea, een provincie die het huidige Jordanië en een stukje Saoedi-Arabië omvatte.
De volgende zeven jaren heerste Trajanus als burger-keizer en werd er niet minder om gewaardeerd. In deze tijd had hij een briefwisseling met Plinius de Jongere, o.a. over hoe om te gaan met de christenen. Trajanus vond dat ze met rust gelaten moesten worden als ze maar niet al te opzichtig van hun geloof blijk gaven. Er werden veel gebouwen neergezet in deze tijd, zowel in zijn geboorteland Hispania als in Italië, o.a. het forum dat nog steeds bestaat in Rome.
In 113 trok hij nog een laatste keer ten strijde, ditmaal tegen de Parthen. De eeuwige twistappel Armenië was de aanleiding. Al sinds Nero's tijd hadden de Romeinen en de Parthen de invloed over Armenië gedeeld, maar nu zette de Parthische koning Osroes de door de Romeinen benoemde Exedares af, om hem te vervangen door Partamasiris, een Parthische prins. Daarop trok Tajanus het land binnen, zette Parthamasiris af en lijfde het gebied in als de provincie Armenia. Daarna keerde hij zich tegen het Parthische Rijk zelf en veroverde eerst Babylon, dan Seleucia en uiteindelijk Ctesiphon in 116. Hij trok verder tot de Golfkust en maakte het op de Parthen veroverde gebied tot de nieuwe provincie Mesopotamia.
Hij vond het maar niets dat hij al te oud was om in de voetsporen van Alexander de Grote te treden, maar zette Osroes af en verving hem door een stroman, Parthamaspates. Vanaf dit moment ging het echter bergafwaarts. Er waren tegenvallers. Het fort van Hatra, achter zijn rug aan de Tigris, weigerde zich over te geven. Verder braken in Cyrenaica, Egypte, Syria en op Cyprus opstanden uit binnen de Joodse gemeenschappen (in later tijd aangeduid als de Kitosoorlog). Daarna kwam het ook in Mesopotamië tot een opstand en de gezondheid van de keizer ging achteruit. Laat in 116 verbleef hij in Cilicië en werd hij ernstig ziek. Hij leefde nog tot 8 augustus 117. Op zijn sterfbed droeg hij het keizerschap over aan Hadrianus, die als snel Mesopotamië maar teruggaf aan de Parthen, omdat het moeilijk te verdedigen was. Andere gebiedsuitbreidingen bleven voorlopig wel behouden.
Een bekend misverstand is dat tijdens het bewind van Trajanus het Romeinse Rijk zijn grootste omvang bereikte. Dit idee, dat al te vinden is bij de Franse filosoof Montesquieu, werd in de twintigste eeuw gepropageerd door onder andere Mussolini, die er niet erg gelukkig mee was dat de keizer onder wiens heerschappij het imperium wel zijn grootste omvang bereikte - Septimius Severus - geen "echte" Romein was, maar afkomstig uit de Semitische stad Leptis Magna.
De muur die de noordelijke provincies van Britannia moest afschermen is later door Hadrianus verder naar het noorden herbouwd. In tegenstelling tot de muur van Trajanus is van deze muur nog heel veel blijven staan (Muur van Hadrianus).
Trajanus werd na zijn tijd gezien als een soort model-keizer. Iedere nieuwe keizer werd tot in de Byzantijnse tijd ingehuldigd met de bede felicior Augusto, melior Traiano (moge hij gelukkiger dan Augustus en beter dan Trajanus zijn).